Geacht college van B en W van de gemeente Lingewaard,

Op 4 juli 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een beroep tegen het raadsbesluit van 13 december 2017, waarin de gemeenteraad weigerde een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor een door een geitenhouderij aan de Angerensestraat 38 te Gendt ingediend uitbreidingsplan (vergroting bouwvlak; bouwen van een nieuwe geitenschuur en het aanleggen van een aantal sleufsilo’s).

De Raad van State stelde de bezwaarmaker (de geitenhouderij) in het ongelijk. Het beroep tegen het besluit tot weigering van de eerder door het college  verleende vergunning (op 1 augustus 2016) werd door de Raad van State in haar uitspraak van 4 juli 2018 ongegrond verklaard. Dit alles resulteert uiteindelijk in een definitief niet mogen bouwen van de nieuwe stal en het aanleggen van de sleufsilo’s.
Dit alles betekent ook dat de al eerder toegekende milieuvergunning voor het huisvesten van 2200 geiten niet geeffectueerd kan worden. Immers, het inwerking treden van deze  milieuvergunning is gebaseerd op de eerder genoemde en door de Raad van State onherroepelijk afgewezen bedrijfsuitbreiding.

Telefonisch, via de ODRA, via de mail en middels bijeenkomsten met College en ODRA hebben de omwonenden van de geitenhouderij aan de Angerensestraat bij het College als bevoegd gezag aangedrongen op handhaving. Ook tijdens een laatste gezamenlijke bijeenkomst (d.d. maandag 17 september 2018)  van het College , ODRA en omwonenden van de geitenhouderij aan de Angerensestraat, kregen de omwonenden van het College  nul op hun rekest.  Het College weigert over te gaan tot handhaven en legt zo een definitieve uitspraak van de Raad van State naast zich neer.

B06 kan zich niet verenigen met bovengenoemde opstelling van het College en vindt te allen tijde dat het bevoegd gezag over moet gaan tot het uitvoering geven aan onomkeerbare gerechtelijke uitspraken.  Middels deze brief aan het College verzoeken wij het College dan ook terstond over te gaan tot handhaven. De volksgezondheid en de leefbaarheid van de omwonenden van de geitenhouderij staat onder zware druk en door het negeren van een rechtelijke uitspraak staat ook het rechtvaardigheidsbeginsel van het College bij een groot  deel van de burgers op het spel.

Het gegeven, dat de geitenhouderij middels een MER-aanmeldingsnotitie alsnog probeert de milieuvergunning voor het houden van 2200 geiten te effectueren in een nieuw aan te vragen omgevingsvergunning doet daar niets aan af. Immers de uitspraak van de Raad van State op 4 juli in deze was landelijk baanbrekend, omdat men in het kader van goede ruimtelijke ordening de volgende afweging mag maken:

Zolang gezondheidsrisico’s niet kunnen worden ingeschat, kan met een uitbreiding van een
geitenhouderij
geen goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd”. 
Dit betekent concreet: weigeren van een omgevingsvergunning, ook als er geen
bestemmingsplanverandering aan ten grondslag ligt zoals in een MER- aanmeldingsnotitie.

Kortom, het College moet naar onze mening handhaven op het aantal geiten toegestaan op grond van de huidige omgevingsvergunning  en de daarbij behorende oude milieuvergunning (max 700 geiten, zie rapport Dirkzwager van 22 november 2017, blz 5)

Namens de fractie B06, Ben Geurtz (PA-lid) en Patrick Hegeman (fractievoorzitter)

Dit hebben we bereikt